Scherper toezicht ministerie op export naar Turkije

Nederland houdt sinds de mislukte Turkse staatsgreep van vorig jaar zomer veel scherper toezicht op de export naar Turkije. Het gaat dan niet alleen om militair materieel, maar ook om goederen die voor zowel civiele als militaire doeleinden gebruikt kunnen worden, schrijft Trouw op basis van gegevens die de krant heeft opgevraagd bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Na de coup is Turkije voor wat betreft ‘dual use-goederen’ in een hogere risicocategorie geplaatst bij het beoordelen van exportaanvragen van Nederlandse bedrijven. Dual use-goederen zijn bijvoorbeeld grafiet, dat in potloden wordt gebruikt maar ook in kernreactoren; en ICT-producten zoals chips, die kunnen worden gebruikt voor informatiebeveiliging.

Bij militaire goederen zijn exportvergunningen voor Turkije al eens geweigerd, heeft minister Koenders van Buitenlandse Zaken gezegd. Bij de dual use-goederen is zo’n weigering vooralsnog niet voorgekomen, maar exporteurs naar Turkije hebben volgens de krant wel veel last van trage procedures.

Klant kwijt
Turkije valt niet meer in een categorie landen waarbij exportaanvragen worden afgehandeld door de Centrale Dienst In- en Uitvoer van de douane. Die lopen nu via het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat vaak meer informatie wenst over producten, waardoor de procedure meer tijd vergt.

Trouw schrijft over een bedrijf dat een order uit Turkije kwijtraakte omdat de Turkse handelspartner het niet zag zitten aanvullende informatie aan te leveren. “Daarop is deze Turkse klant naar een leverancier uit een andere Europese lidstaat gestapt”, zegt een advocaat van het bedrijf.

Puur politiek
Bij NXT Group of Companies, dat bedrijven adviseert en begeleidt op onder meer de Turkse markt, wordt het strengere regime rond de export niet herkend. “Het is puur politiek, niet zozeer zakelijk”, zegt commercieel directeur Michael Westenberg.

“We zien eigenlijk geen veranderingen sinds de mislukte staatsgreep. Klanten nemen wel de politieke onrust en spanningen mee in hun risicoanalyses. Men is bezorgd over waar het naartoe gaat.”

Bron: nos.nl »