Overheid moet luisteren naar ondernemers en niet op hun stoel gaan zitten

Het bedrijvenlandschap in Nederland is sinds de crisis flink aan het veranderen en aan het groeien. Het aantal ondernemingen is met 550.000 toegenomen. Een groei van 56%. Ook de export naar opkomende markten neemt toe, maar de verdiensten uit onze uitvoer, die voor bijna een derde bijdragen aan ons nationaal inkomen, stagneren. We blijven achter bij buurlanden als België en Duitsland. Die profiteren wel van de groei in de wereldhandel. De toegevoegde waarde van de export is in die landen meer toegenomen dan die van de economie als geheel. In Nederland niet.
Het Economisch Bureau van ING stelt in het rapport ‘Nederland Handelsland’(2015) dat ondernemers nog denken in traditionele patronen en routes. Om niet verder achterop te raken bij concurrenten zal Nederland zich moeten ontwikkelen van een ‘Gateway to Europe’ naar een ‘Gateway to the World’.
Helemaal mee eens. Maar hoe? De overheid wil de handelsbevordering professionaliseren en onderbrengen in één overkoepelend orgaan. Er is nu te veel versnippering, zo constateerde de Dutch Trade & Investment Board (DTIB) al in de zomer van 2014. De DTIB is hét publiek-private samenwerkingsverband op het gebied van internationaal ondernemen. Minister Ploumen is verantwoordelijk. Andere betrokken organisaties zijn onder meer VNO-NCW en MKB-Nederland. Den Haag is op dit moment bezig de regie over te nemen en te bepalen welke partijen diensten mogen aanbieden in het systeem van handelsbevordering.
Publiek-private clubs zoals Fenedex, FME, NCH, worden gedwongen samen te werken of samen te gaan. Voorzitter Hans de Boer van VNO-NCW wil alle dienstverleners onderbrengen bij zijn organisatie. Daarnaast vindt de overheid dat ze zelf ook een belangrijke rol speelt. Met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en met ambassades en consulaten. Mijn bezwaar is dat hun ‘dienstverlening’ steeds meer aanschurkt tegen wat private bedrijven (consultants) bieden en veel beter kunnen. De overheid moet de grote lijnen uitzetten bij de promotie van buitenlandse handel, niet ambtenaren het werk van specialisten laten doen en zo op de stoel van ondernemers gaan zitten.

Als ondernemer en bedrijfsadviseur met meer dan 15 jaar ervaring in opkomende markten zoals Turkije en India, weet ik wat ondernemers met internationale aspiraties willen. Van hen gaat 20% alleen naar een bank voor ‘letters of credit’ of financieringen. Een op de tien ondernemers klopt alleen aan bij de RVO voor subsidie. De overgrote meerderheid wil praten met doorgewinterde adviseurs of collega ondernemers.
Als Nederland meer wil profiteren van de wereldhandel moeten we onszelf organiseren rond de wensen van het bedrijfsleven door de rol van de overheid duidelijker af te bakenen. We moeten ruimte geven aan publiek-private initiatieven die bewezen hebben dat ze toegevoegde waarde leveren. En specialisten uit de private sector voorrang geven bij het ondersteunen en adviseren van ondernemers met internationale ambities. Professionaliseer het systeem van handelsbevordering door te luisteren naar ondernemers en organisaties met ervaring. Dan kan de bijdrage van de export aan ons nationaal inkomen zeker met 10% omhoog naar ruim 40%.

Michael Westenberg is chief commercial officer van de NXT Group of Companies.

Bron: fd.nl »